Laatste nieuws

Oproep aan gemeenteraadsleden

 "Meng u actief in de huidige discussie over toekomstige gemeentelijke taken"

Ons land heeft niet alleen de financiële crisis, maar ook de crisis van het gebrek aan vertrouwen in de overheid. Bij verkiezingen blijkt dat uit de opkomstcijfers, maar ook uit peilingen zoals "Waar-staat-je-gemeente". Het is een antwoord op deze dubbele crisis, waarmee de VNG, namens alle gemeenten, bij het nieuwe kabinet zal moeten binnenkomen. Natuurlijk zijn meerdere antwoorden mogelijk. Wat niet mogelijk is; alles bij het oude te laten. 

Lees meer...

Abonneren Nieuws

Raadslid.Nu

Agenda

De Wethouder

Bevoegdheden van het college

Het college van burgemeester en wethouders (ook wel college van B&W genaamd) vormt het dagelijks bestuur van de stad. De belangrijkste bevoegdheden zijn het voorbereiden en zorgdragen voor de uitvoering van beleid, het financieel beheer van de stad en het voeren van een personeelsbeleid.

De bevoegdheden van het college liggen in directe zin vooral op het gebied die de gemeente uitvoert in medebewind. Een aantal taken zijn wettelijk bij het college neergelegd. Het gaat dan om bijvoorbeeld:

  • zorg voor de ambtelijke organisatie (met uitzondering van de griffier),
  • benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren ,
  • aangaan van contracten, grondtransacties en andere privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente,
  • vaststellen van jaarmarkten en marktdagen.

Samenstelling van het college

Het college bestaat uit de burgemeester en twee of meer wethouders. Voor het aantal wethouders zijn bepalingen in de Gemeentewet opgenomen, waarbij een relatie wordt gelegd tussen het aantal inwoners van een gemeente en het aantal wethouders. In grote steden hebben wethouders aan hun werkzaamheden doorgaans een volle baan, terwijl in kleinere gemeenten wethouders vaak in deeltijd werkzaam zijn.

De wethouders werden voorheen door de raad en uit de raad gekozen. Sinds 6 maart 2002 is het ook toegestaan een wethouder aan te stellen die niet uit de raad komt. Het gaat dan om iemand die op een niet-verkiesbare plaats op de kieslijst staat, die niet op de kieslijst heeft gestaan maar wel uit de gemeente afkomstig is. Ook kan het een persoon zijn die niet op de kieslijst staat en ook nog eens uit een andere gemeente woont. Deze moet dan wel besluiten te verhuizen naar de gemeente waar hij of zij wethouder wordt.

De benoeming van de wethouder vindt over het algemeen plaats op de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad. Na verkiezingen wordt er gezocht naar een coalitie (een samenwerkingsverband tussen politiek partijen) die een meerderheid in de raad heeft. Met deze coalitie worden afspraken gemaakt over het te voeren beleid in de komende vier jaar waarna onderhandeld wordt wie wethouder worden en welke portefeuilles ze hebben.

Als een wethouder niet meer op het vertrouwen van de raad kan rekenen, verleent de raad tussentijds ontslag aan deze wethouder.

De werkwijze van het college

Het college neemt besluiten in een gezamenlijke vergadering, is gezamenlijk verantwoordelijk voor de organisatie van het ambtelijk apparaat en voor het proces van beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Er is sprake van een collectieve verantwoordelijkheid, ook wel collegiaal bestuur genoemd.

Vaak wordt eens per week een collegevergadering belegd voor het nemen van beslissingen en het kiezen van de politieke koers.

Portefeuilleverdeling

In de praktijk worden dagelijks vele beslissingen genomen waarvoor in grotere gemeenten het college wel haast permanent in vergadering zou moeten zijn. Binnen het college wordt daarom gewerkt met een verdeling van taken, van portefeuilles, waarover in de periode van collegevorming afspraken worden gemaakt. Van belang is dat er een evenwicht komt in de verdeling van de portefeuilles tussen de wethouders in het college. Portefeuilles verschillen in omvang en daarbij is het van belang op basis van politieke voorkeur, interesse en bekwaamheid van personen een afweging te maken wie welke portefeuille krijgt toebedeeld.

Het wisselen van portefeuilles tijdens een raadsperiode is niet gebruikelijk. Ook als een wethouder na vier jaar voor een tweede periode aantreedt, is er eerder de neiging op hetzelfde beleidsterrein verder te gaan dan om te wisselen. Zo kan de wethouder zijn kennis van zaken opnieuw gebruiken.